(fraaie tweede) Songbelt “Unforetold”


Het album “Unforetold” is het tweede album van het trio Songbelt. Centraal in het trio is singer-songwriter Wil Opstals. Maar de rol van fluitist/mondharp speler Ruurd van der Vegt en bassist/producer Theo Liebregts mag niet onderschat worden.
Het was vier jaar wachten na het debuutalbum “Unanswered” dat in 2013 het licht zag. Dat album verscheen in 2016 zelfs nog in een geremasterede versie. Niet alleen vanwege het betere geluid maar zeker ook omdat de eerste editie gewoonweg uitverkocht was geraakt.
Met dit nieuwe album bewijst Songbelt dat ze een constante factor qua sound zijn. Was het eerste album een verzameling liedjes die soms een zeer oude oorsprong hadden, met “Unforetold” laat Opstals de liedjes zien die hij schreef gedurende de ‘pauze’ en die nu zijn verzameld op dit nieuwe album.
Het album opent met een van de troeven: ‘It’s Not Enough’. Een nummer dat de herfst en de verlatenheid uitstraalt. Instrumentaal een compositie met veel ruimte tussen de noten. De dwarsfluitklanken fladderen als afgevallen bladeren door het nummer heen.
Als we toch bezig zijn met de troeven dan kunnen we niet heen om het nummer ‘All Day I Stare’ heen, dat uitblinkt in een fraai intro door Ruurd van de Vegt die met zijn dwarsfluit een van beste intro’s fluit die je maar kan wensen.
De stijl van de muziek van Songbelt is folk, americana, folk-noir, country en hier en daar zijn er ook invloeden van de blues. Dat laatste voel je in een nummer als ‘Moonshiner’. Maar nergens is het heel uitgesproken. Over het algemeen heeft het album een wat sombere, herfstige klank. Uitzondering is bijvoorbeeld het slaapliedje ‘Autumnsong’, al doet de titel wat anders vermoeden.
Al met al heeft Songbelt een album gemaakt dat het waard is om beluisterd te worden, keer op keer. Een fraai plaatje op het juiste moment in het jaargetijde. Luister daarvoor vooral naar ‘Changing Colour’ waar het vallen van het blad wordt bezongen.

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

(eindelijk vervolg) The Good Case “Road Movie”


We moeten terug naar het jaar 2014 toen ik voor het eerst het album “Go” van The Good Case te horen kreeg, dat al sinds 2013 beschikbaar was om de muziek van deze band voor de geest te halen.
Inmiddels is de band uitgedund naar alleen Cees Reezigt.
Het mini-album “Road Movie” is echter wel een zeer verdienstelijk plaatje geworden. We horen hier niet alleen een singer-songwriter met een gitaar maar een echt mooi band-geluid. The Good Case laat op “Road Movie” vooral een ingetogen sfeer de boventoon voeren. De muziek is van het rustige, zeg maar bezwerende karakter.
Tekstueel gaan alle liedjes over de zee. Wel frapant terwijl het album juist “Road Movie” heet.
De zang van Reezigt beweegt zich tussen een verteltrant en zang in. Af en toe hoor ik de geest van bijvoorbeeld John Campbell rondwaren. De composities bevatten alleen een lange tekst. Toch klinken de nummers niet volgestouwd. Er is genoeg ruimte gelaten in de ingetogen, langzame begeleiding om ook stilte als instrument te gebruiken. We horen naast akoestische gitaar en elektrische gitaar ook percussie en toetsen.
Tekstueel staat dit mini-album vol met verwijzingen naar de zee. De uitnodiging aan het eind is helder en duidelijk; ontmoet deze artiest aan zee!
De vier composities passen bijna naadloos bij elkaar, maar doen hongeren naar veel meer. Daarom zocht ik contact met de muzikant zelf:

Waarom geen heel album?
“Dank je wel. Geen heel album, omdat ik consistentie wilde in de klank en de uitwerking van de nummers; ik wilde het een geheel laten zijn. Ook tekstueel, zoals je misschien wel hebt gezien, hebben alle nummers verwijzingen naar ‘sea’. En met name het laatste deel van “Roadmovie” en ‘Meet Me By The Sea’ maken die cirkel rond.
Met meer nummers doorbrak ik die eenheid.

Maar wees niet bang; er is al weer een nieuw album in de maak, in een pril stadium.”

Dat laatste stemt me dan weer hoopvol. We zien uit naar heel album met dit soort prachtige, ingetogen muziek. Maar tot die tijd kunnen we genieten van “Road Movie”.

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

(machtig mooi) Low Roar “Once In A Long, Long While”


Bij het luisteren naar het album van Low Roar schieten fraaie herinneringen door je hoofd aan muziek die tot op heden niet veel met elkaar te maken had. Denk hierbij aan Portishead, Angelo Badalamenti, Big Star en dan in het bijzonder Chris Bell’s “I Am The Cosmos”, maar ook het groepswerk. Hoe de band het voor elkaar krijgt om deze elementen te verbinden lijkt vooralsnog een raadsel. Pas bij herhaald draaien kan je de referenties steeds beter aan de liedjes koppelen.
Het album “Once In A Long, Long While” is het derde album van de groep. Nou ja groep, eigenlijk is het de naam het alter ego van zanger en toetsenist Ryan Joseph Karazija, maar op dit derde album is er een samenwerking met Mike Lindsay (van Tunng) en Andrew Scheps (van Red Hot Chili Peppers, Adele en Hozier). Maar de samenwerking was er alleen tijdens de opnames van het album toen ze elkaar ook werkelijk voor het eerst ontmoetten. Het is vooral een project van Karazija zelf. Hij is het meesterbrein en de stem van Low Roar.
Op het prachtige ‘Bones’ horen we dameszang van Jófríõur Ákadóttir wat een geweldige uitwerking heeft op de beleving die het liedje oproept. Deze zangeres zingt normaal in de IJslandse formatie Samaris. Alle reden om daar binnenkort ook maar eens naar te luisteren. De samenwerking is niet vreemd, omdat Karazija zelf ook uit dit land komt, waar we tegenwoordig wel meer fraaie muziek vandaan horen overwaaien.
De sfeer van Low Roar kunnen we ook aardig koppelen aan de sfeer die Asgeir oproept. Het zou me dan ook niets verwonderen dat als deze ‘groep’ in het kielzog van Asgeir populariteit weet te veroveren in ons land en ook ver daarbuiten.

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

(heerlijk!) BBThree “Love Balloon”


Als enorm liefhebber van de muziek van Neerlands trots van begin jaren zeventig Solution koester ik dat repertoire al jaren. Het is ondanks de leeftijd van die muziek nog steeds regelmatig dat ik een album draai van deze band. Niet uit nostalgie, maar omdat de muziek en stem van Guus Willemse een zekere tijdloosheid in zich heeft.
Met dit album van BBThree “Love Balloon” heb ik er weer een heel fijn album bij in dezelfde tijdloze sfeer. Deze band debuteerde in 2008 met “Appetizer”, maar liet in de tussentijd niet veel van zich horen. Jammer, als je nu hoort hoe goed het nieuwe album is. Ik was bijna euforisch na de eerste keer luisteren van “Love Balloon”!
De band speelt op dit album naast eigen nieuw werk een tweetal bewerkingen van klassieke liedjes. De zeer geslaagde bewerking van Otis Redding’s ‘Sittin’ On the Dock of the Bay’ ademt een weldadige rust uit en laat het liedje naast de overbekende uitvoering heerlijk gedijen. De tweede cover is van het Elvis Presley-nummer ‘Always On My Mind’. Twee op papier zeer gewaagde composities om in een jazz-, soul-, pop- en funk-jasje te steken. Toch slaagt BBThree hier met vlag en wimpel voor.
Het album kent een heerlijke laidback stijl, die je na de bovenstaande beschrijving ook wel mag verwachten. Naarmate het album vordert, voel je een steeds grotere warmte tot de vooral rustigere tracks van de stijl van Solution. Het liedje ‘I Like Loving You’ omarmt je als luisteraar als het ware. De Elvis-cover die volgt is als een warm bad en een bijna logische keuze om dat liefdesliedje daar te plaatsen. Na een paar keer luisteren ga je deze versie van ‘Always On My Mind’ meezingen in je hoofd en misschien zelfs uit volle borst. Dat werkt bevrijdend.
“Love Balloon” is een album om van te gaan houden en te koesteren. Hopelijk vinden meer oud-Solutionfans de weg naar BBThree. Guus Willemse zou je zo de weg kunnen wijzen. Wat een heerlijke plaat!

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , , , , | 1 reactie

(wonderschone jazz) Dwight Trible & Matthew Halsall “Inspirations”


Er zijn van die momenten dat je met plezier terugdenkt aan het advies bij je lokale muziekhandelaar. Bij het draaien van deze cd is dat zeker het geval. Jan Kinds van Sounds in Tilburg kwam met dit wonderschone plaatje aanzetten met de vraag: “Houd je van Gregory Porter?”, “Dan moet je hier eens naar luisteren: misschien lijkt het er te veel op maar het is toch heel mooi!”.
En gelijk heeft hij gekregen. Wat een geweldige plaat! Maar laten we eerlijk zijn: het lijkt wel op Gregory Porter, maar waar mijn lieftallige echtgenote mee kwam is de vergelijking met Benjamin Clementine. En ja, beiden hebben gelijk. Maar toch slaagt Dwight Trible er in samenwerking met trompettist Matthew Halsall in om met dit album een fraai gemixt geluid te creëren, dat je vele uren luisterplezier zal bezorgen.
De baritonstem van Trible is een weldaad voor het oor. En hoe hij dat prachtige aangeboren instrument gebruikt is werkelijk fantastisch. De trompetklanken van Halsall zijn een machtige invulling van de instrumentatie, die verder bestaat uit zeer gedoseerde piano, bas, drums en harp. Er worden geen eigen of nieuwe composities gespeeld. Er is gekozen voor composities uit het grote jazz-verleden. Toch weet het duo alles zo dicht naar zich toe te trekken dat we kunnen spreken van een van de mooiste jazz-albums, die we tot op heden dit jaar mochten horen. Soms kunnen we de andere uitvoeringen niet direct terughoren en weten ze van wel heel bekende liedjes weer iets nieuws te smeden. Natuurlijk roept dit wel de vraag op of ze ook compositorisch zo sterk zouden zijn om in de toekomst samen een compleet nieuw album te maken.
We horen nu ‘What the World Needs Now Is Love’ van Burt Bacharach & Hal David als openingsnummer en verder composities van Donny Hathaway, het prachtige ‘I Love Paris’ van Cole Porter, ‘Feeling Good’ van Anthony Newly & Leslie Bricusse en ook John Coltrane’s ‘Dear Lord’ krijgt een prachtige bewerking. Tot slot horen we Dorothy Ashby’s ‘Heaven & Hell’, gevolgd door twee zogenaamde traditionals als ‘Black is The Colour of My True Love’s Hair’ en tot slot ‘Deep River’. Maar iedere noot is een weldaad voor de muzikale geest. De muziek klinkt helend, genezend en vooral enorm warm en verkwikkend tegelijk. Verplichte kost voor iedereen die zich nu aangesproken voelt.

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

(zomerplaatje) Jeff Finlin “The Guru In The Gril”


Het nieuwe album van Jeff Finlin “The Guru In The Girl” lijkt voor ondergetekende uit te groeien tot het vroege zomerplaatje van 2017. De stem van Finlin heeft een iets nasale klank met een droge iets hese afdronk. Een stem om te koesteren in de vroege zomerochtend of in de heerlijke lange zomerse avond. Maar eigenlijk is het muziek die je altijd in je oren zal strelen!
Toen ik het album aan mijn verzameling toevoegde ontdekte ik dat het niet het eerste album van Finlin is dat ik bezit. Het uit 2013 stammende “My Moby Dick” maakte destijds veel minder indruk dan deze nieuweling. Zou dat komen door het Nederlandse tintje dat aan dit album hangt? BJ Baartmans die we gerust het snarenwonder van het zuiden mogen noemen speelt hier naast Finlin vele van zijn gitaren terwijl Sjoerd van Bommel drums bespeeld. Of zouden het toch (ook) de sterkere liedjes van Finlin zijn die de magie weten te pakken?
Een ding is zeker: de tien liedjes kunnen me keer op keer bekoren. Finlin raakt me diep in het muzikale hart met zijn prachtige zang. Het is meteen raak met het openingsnummer ‘Her Love Will Light the Way’ en dreunt nog verder binnen met de ballade ‘Someday’. Denk nu niet dat het hier gaat om gitaar album. Zowel Finlin als Baartmans spelen net zo makkelijk toetsen als dat ze de gitaar hanteren. De backing vocalen van Baartmans kleuren geweldig bij de stem van Finlin.
Met ‘Driving Wheel’ wordt ieder autorit een belevenis terwijl we slidegitaar van Baartmans heerlijk horen janken. Nergens gaat het tempo erg hoog of wordt het schreeuwerig. Finlin blijft voornamelijk op het feel-good niveau spelen en dat is zeer aangenaam en verwarmend.
Hoogtepunten noemen is vreselijk lastig. Natuurlijk springt het titelnummer ‘The Guru In The Girl” in het oog en oor door de bijzondere titel. Het is een niet alledaags woord als ‘Guru’ dat de aandacht opeist en ook gezongen is het een fenomenaal lekkere zin. Met Finlin kan mijn zomer ook bij slechtweer niet meer stuk. Wat een fijn plaatje!

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

(wat een vervolg!) David Corley “Zero Moon”


Het had maar heel weinig gescheeld of we hadden nooit meer wat van David Corley gehoord na zijn debuut “Available Light”. Dankzij de goede gezondheidszorg in ons land overleefde Corley een hartaanval tijdens een optreden in Groningen. In de USA hadden ze eerst naar zijn creditcard gevraagd; in ons land verlenen ze gelukkig (nog steeds) eerst zorg voordat gevraagd wordt of je die wel kan betalen.
Met “Zero Moon” laat Corley met een stevig geluid horen dat hij er nog steeds toe doet en dat hij zijn kaars laat branden, zoals hij zingt in het openingsnummer ‘Vision Pilgrim’. De band met ons land is door het voornoemde voorval natuurlijk heel bijzonder geworden. Corley werkt heel nauw samen met een aantal andere artiesten, die we met regelmaat in ons land kunnen zien en horen. Natuurlijk is producer Chris (Hugh Cristopher) Brown, die we ook kennen van zangeres Susan Jarvie, van de partij. Hij speelt toetsen en doet de achtergrondzang. Corley is gezegend met een ruwe, donkere stem, die een kruising lijkt tussen Tom Waits en Tony Joe White, maar toch uit duizenden herkenbaar is in zijn eigenheid. Het album “Zero Moon” is een donker album, dat natuurlijk verhaalt over de moeilijke weg die hij is gegaan na zijn debuut “Available Light” in 2015. Het herstel duurde lang maar hij heeft het overleefd. Die ups en downs horen we op dit album, dat net een tandje dieper graaft dan menig album met zielenroerselen. Corley heeft ondanks de soms donkere kleuring een album gemaakt, dat – als je niet alles tot je laat komen wat in de teksten is terug te horen – heel goed draaibaar is en geen somber gevoel bij je achterlaat. Dat is een verdienste die zeker mag toegedicht worden aan deze muzikant, die zo’n twee jaar geleden – reeds boven de vijftig – debuteerde en direct veel indruk wist te maken. “Zero Moon” is daarbij een waardige terugkeer op het podium van de Americana-muziek van een mens die even het licht zag uitgaan. Gelukkig brandt er weer een hevig vuur in David Corley, waar wij ons muzikaal aan kunnen warmen.

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen